Ongeveer iedere tien minuten produceren de miners van bitcoin een nieuw blok voor de Bitcoin blockchain. Voor het produceren van een nieuw blok ontvangen ze bitcoins en dat maakt het zo aantrekkelijk om tijd en energie in mining te steken. Dat het tien minuten duurt om een nieuw blok te produceren heeft niets met magie te maken. Het is een simpele, maar geniale uitvinding van Satoshi Nakamoto geweest waarmee de bloktijd altijd rond die tien minuten blijft. Je zou namelijk verwachten dat hoe meer mensen bitcoin gaan minen, hoe sneller alle bitcoins gemined zouden zijn. Hetzelfde geldt voor goud. Hoe meer geld, tijd en energie er in het delven van goud wordt gestoken, hoe meer goud we jaarlijks naar boven halen. Bij bitcoin werkt dat ietsje anders.

Heel simpel gezegd hebben miners een computer staan die constant op zoek is naar een getal dat onder een bepaalde waarde ligt. Het lastige is dat er geen logica aan te pas komt om dat getal te vinden. Het enige wat computers kunnen doen is zoveel en zo snel mogelijk gokken, totdat ze het juiste getal vinden. Het Bitcoin protocol zorgt er automatisch voor dat het vinden van een getal altijd ongeveer tien minuten duurt.

Difficulty adjustment

De difficulty adjustment maakt dit mogelijk. Dit is het mechanisme dat Satoshi heeft bedacht om de moeilijkheidsgraad voor miners aan te passen. Na iedere 2016 blokken wordt er gekeken hoe lang het minen van de blokken gemiddeld heeft geduurd. Duurde het slechts 5 minuten per blok? Dan weet het protocol dat er waarschijnlijk veel nieuwe miners (veel hashpower) bij zijn gekomen en gaat de moeilijkheidsgraad omhoog. Dit betekent feitelijk dat het getal wat de miners moeten vinden nog kleiner is geworden. Hoe kleiner het getal, hoe lastiger het wordt om de oplossing voor het blok te vinden. Heel plat gezegd is dit het mechanisme dat ervoor zorgt dat de bloktijd rond de 10 minuten blijft liggen.

Als we de difficulty adjustment niet hadden gehad, dan waren alle 21 miljoen bitcoins nu al lang gemined. De markt zou overspoeld worden met bitcoins. Het ontbreken van een dergelijk mechanisme bij zilver is hoogstwaarschijnlijk de reden dat het is gefaald als geld, als monetair object. Als de prijs van zilver stevig de lucht in gaat, dan is het aantrekkelijker voor mijnbedrijven om zilver uit de grond te gaan halen. Zilver zit in overvloed in onze aardkorst en dat zou betekenen dat de markt in no-time overspoeld wordt met zilver. Een stijging van de productie van zilver is niet tegen te houden. Bij bitcoin zit het echter in het protocol gebakken. Bitcoin is zeldzaam en hoe hard we ook gaan werken, de snelheid waarmee nieuwe bitcoins worden gebakken zal nooit afwijken van het plan dat Satoshi heeft geschreven.

Goud is tot nu toe het enige edelmetaal geweest wat zeldzaam genoeg is om wereldwijd de rol van geld te kunnen spelen, zonder dat de markt ineens overspoeld werd met goud. Simpelweg omdat het zo weinig in de aardbodem voorkomt dat extra investeringen in mijnoperaties niet voor een significante stijging van de goudproductie zal zorgen. Dit maakt dat goud relatief waardevast is en dat de goudhoeveelheid niet zomaar kan significant toenemen. Bij goud is het een natuurlijke eigenschap, het komt weinig voor, maar bij bitcoin is het keihard in het protocol gebakken.

Bitcoins zijn schaars en de snelheid van de productie ligt vast. Geen enkele natuurkracht, geen enkele macht en ook rijkdom kan daar iets aan veranderen. Iedere tien minuten komt er een nieuw blok bij. Dat betekent op dit moment iedere tien minuten 12,5 nieuwe bitcoins. Na de halving in mei nog maar 6,25 nieuwe bitcoins per tien minuten en dit blijft iedere vier jaar halveren totdat er praktisch geen bitcoins meer bijkomen en we op ongeveer 21 miljoen bitcoins zitten. Zonder de difficulty adjustment waren alle bitcoins nu al gemined, was de markt overspoeld geweest met bitcoins, was het niet meer aantrekkelijk om te minen en had de munt er waarschijnlijk heel anders voorgestaan. Het is de sleutel geweest voor de rustige ontwikkeling van het protocol, de prijs en de adoptie van bitcoin.